Oud stuk - schrijfwedstrijd Kerstverhaal
Deze schrijfwedstrijd is vanuit uitgeverij Mozaiek. mijn inzending is niet geselecteerd
De man
“Mam, moeten we nou echt elk jaar naar de kerk?” vroeg de jonge tiener Abigail. “Ja schat, dat is traditie”, riep haar moeder over de overloop. “Je weet dat de familie veel waarde hecht aan de tradities van het geloof”. “Ja mam”. Reageerde Abigail verveeld. Ze deed oorbellen in en liep richting haar moeder. Toen ze in de deuropening stond zei ze: “En? Zouden ze ook waarde hechten aan hoe ik er zo uitzie?” Ze streek onzeker nog even haar mooie diepblauwe jurk glad. Haar moeder reageerde met een glimlach en een knikje. Ze liep naar haar toe en gaf haar een knuffel. “Zijn de dames al klaar?” riep de man des huizes naar boven. “We komen” reageerden de dames in koor. Beide dames kwamen heel vloeiend naar beneden alsof ze naar een groots bal gingen. Abigail voorop. Haar vader keek vol verbazing toen hij haar in haar jas hielp. En vervolgens kreeg ze een zoen op haar wang. Gevolgd door haar moeder.
Ik de grote rooms katholieke kerk werden liederen gezongen, het verhaal verteld en nog meer liederen gezongen. Het was niet aan Abigail te zien hoe verveeld ze was. Ze deed alles uit respect mee. Tijdens het gebed bad ze stil in zichzelf: “Als U echt bestaat, dan spijt het me dat ik de kerk helemaal niks vind. En als U echt bestaat, dan hoop ik dat U Uzelf naast alle tradities leert kennen. Als U echt bestaat, wil ik U op een unieke manier zien, horen, voelen en horen. Ik hoop dat U mijn gebed niet egoïstisch en ongepast vindt.” Ook de kerk was klaar met het gebed. “Amen” galmde het door in de kerk.
Na de koffie en thee ging de familie Brown naar opa en oma zoals elk jaar. Natuurlijk had de kokkin ook een kalkoen bereid. Na het toetje werd het feest geopend in en grote hal van het huis. Iedereen die kon lopen, zelfs de hoogbejaarden, openden met z'n allen de avond met een wals. Daarna verspreiden ze mensen zich. Ieder naar een eigen vaste plekje. Zo werd iedereen weer op de hoogte gebracht van alle roddels. En het reilen en zeilen van familie en vrienden, kennissen en buren. De tieners en jongeren zetten in het gastenverblijf hun eigen feestje op. Dit was favoriet bij alle nichten en neven. Lekker bijkletsen, dansen op leuke muziek, en niet dat oud bollige. En natuurlijk was het heerlijk om feest te kunnen vieren zonder je ouders die je continue in de gaten kunnen houden.
Er ging veel drank rond, hapjes en roddels. De kinderen konden 1 voor 1 hun vermoeidheid niet meer bedwingen, dus het werd steeds rustiger voor de oppas. Bij het gastenverblijf werden de tieners een voor een opgehaald door de ouders. Abigail vond het jammer afscheid te nemen, maar moest ook wel toegeven dat ze moe was. “Heb je het naar je zin gehad schat?” Ze knikte. “We zien je zo bij de auto”. Abigail maakte haar rondje om gedag te zeggen tegen de mensen en stapte in de auto.
D'r ouders bespraken alles nog eens dunnetjes over onderweg naar huis. Normaal kan Abigail ook flink meekletsen, maar ze was voornamelijk in gedachten. Uit het niets gooide ze een vraag in de groep die haar ouders nogal overvielen: “Zouden jullie niet iets anders willen van het geloof? Al die tradities, alle regels. Ik kan me niet voorstellen dat dat echt zo bij God vandaan komt. En dat lijkt me wel het belangrijkste.” Na een korte stilte vroeg haar vader: “hoe zie jij het dan voor je lieverd?” Daar kon ze toch geen antwoord op geven. “Ik weet het niet. Gewoon. Anders.” “Je weet dat wij alleen maar gaan vanwege de familie he? Je weet dat het geloof voor ons niet zoveel waarde heeft.” De stilte keerde terug.
Nog steeds in gedachten kwamen ze thuis aan. Op de vraag of Abigail nog iets te drinken wilden schudde ze haar hoofd afwijzend. Ze ging naar boven, naar de slaapkamer waar ze haar pyama aantrok. In de badkamer verwijderde ze haar make-up resten, poetste ze haar tanden, en legde ze zoals elke avond een vlecht in haar lange, bijna zwarte haar. De ene zegt dat dat slecht is voor je haar, maar Abigail vond juist dat ze haar haar beschermde tegen klitten.
Ze ging in bed liggen en schreef nog in haar dagboek. Ze schreef dat ze moest toegeven dat ze nog nooit zo over iets heeft nagedacht wat zo'n diepe inhoud had. Fijn vond ze het niet, want het gaf alleen maar vragen: Is dit alles? Is dit God? Als dit God is, wil ik dan wel geloven? Kan ik hier wel genoegen mee nemen? Best heftige vragen voor een 16 jarige. Ze ging maar slapen, want haar dagboek zou haar geen antwoord geven. Nu niet, en misschien nooit niet. Ze viel gelukkig rustig in slaap.
De volgende dag waren haar ouders al beneden toen ze in haar ochtendjas naar beneden kwam. Net op dat moment kreeg haar vader een hele dikke, enthousiaste knuffel van haar moeder. “Wat is hier aan de hand?” vroeg Abigail nieuwsgierig. “Goedemorgen lieverd”, zei haar moeder wat sarcastisch. “Je vader had nog een laat kerstkadootje. We gaan met oud en nieuw weg. Waarheen is een verrassing, maar zal leuk worden!” “Mag ik iemand meenemen?” “Nee lieverd, deze vakantie is voor ons drietjes”. “Jeej, alweer een vakantie met z'n drieën. Weer rondhangen met je ouders die een romantisch uitje gepland hebben, en je vervolgens een derde wiel aan de wagen voelen terwijl alle leeftijdsgenoten zich bezatten.” Ze liep terug naar haar kamer. En schreeuwde sarcastisch al lopende: “Oh ja, Goeiemorgen”.
De dagen verstreken en met zware tegenzin ging ze toch mee met haar ouders. De omgeving was waanzinnig mooi. Een bosrijk gebied wat door de sneeuw witgekleurd was, een bevroren meer met een vastgevroren bootje aan een walletje. Even terug reden ze voorbij een een open vlakte. Of er gras onder de sneeuw ligt, zand of stenen is niet te zeggen. De sneeuw doet altijd wat met Abigail. Ze vindt het betoverend. Dit is ook wel het enige waar ze blij mee was aan de trip. Ze genoot stiekem van het uitzicht met de mp3 speler aan. Ze wilde de boodschap naar haar ouders duidelijk hebben dat ze deze trip totaal niet zag zitten. Het kon haar niet zo schelen wat het met haar ouders deed. Zij hielden ook geen rekening met haar.
Aangekomen bij een prachtige ruime en vrijstaande chalet, trok Abigail zich meteen terug. Ze nam haar tas mee. In de kamer pakte ze uit, en ging ze in de brede vensterbank zitten om weer naar buiten te kijken.
Tijdens het eten hing er een beladen sfeer. Toen Abigails moeder haar erop aan probeerde te spreken, pakte ze haar bord en bestek en haar drinken en liep naar haar slaapkamer om vervolgens weer in de vensterbank te zitten.
De rest van de avond was ze weer op zichzelf. Denkende dat haar ouders zonder haar nu een geweldige tijd hadden. Zij probeerden het zich gezellig te maken, maar de sfeer hing er heel duidelijk nog steeds.
Die avond ging iedereen onrustig naar bed. Toen het stil werd in de chalet verscheen er in Abigail haar kamer een groot, fel licht. Een grote gestalte stond in de deuropening. Abigail werd nieuwsgierig. Een zachte en warme stem herhaalde steeds: “Vrees niet”. Het wezen seinde dat ze hem moest volgen. Ondanks dat ze niet zeker wist wat voor wezen het was, voelde ze zich beschermd en veilig, waardoor ze toch besloot mee te gaan. Het was pikkedonker, maar door het wezen was er ook tegelijkertijd enorm veel licht. Ze stonden op de wal aan het meer. Alsof ze een hele wandeltocht overgeslagen hadden. Ze schudde verward haar hoofd. Alsof dat nu belangrijk was. Wat is dit wezen? Wie vraagt me hier? En waarom? Van alles ging er door haar hoofd. En nog steeds herhaalde de stem: “Vrees niet”. Nu zag ze aan het gezicht van het wezen dat de woorden niet bij hem vandaan kwamen. Of was het een haar?
Ze keek nogmaals om zich heen. Het was nog wel koud, maar ze had het warm. Overal lag nog sneeuw, maar het water op het meer was niet meer bevroren. Het bootje deinde mee op de rimpelingen op het water. Ze wilde het wezen aankijken. Het zweefde boven het water in een geknielde houding, met het gezicht naar de grond gericht. Ze keek achter zich en daar stond een man. Ze had het gevoel dat ze hem kende. Een vertrouwd gevoel. Toch wist ze zeker dat ze hem nog nooit gezien had. Ineens was het alsof het dag was. Hij liep haar voorbij. “Mooi is het uitzicht hier he?” Het jonge meisje was zo verrast en verward dat ze nauwelijks reageerde. “Het is niet te doen om de reden achter alles te weten. En het helpt ook niet”. De man stapt in de boot, bied Abigail de hand om ook in te stappen als een echte gentlemen. Ze neemt de ongesproken uitnodiging aan. Ze varen naar het midden. Waar ze stil liggen op het meer. “De blik in je gezicht zegt dat je je onbegrepen voelt.” Ze knikt haar hoofd zachtjes, hopende dat de man haar tranen in haar ogen niet opvalt. “Daar mag je verdriet over hebben. Tienerjaren zijn moeilijk. Je neemt niet alles zomaar meer aan van je ouders, je ontwikkelt een eigen mening en eigen wensen. Dat is lastig voor jou, omdat het lastig voor hun is”. “Hoezo voor hun? Ik ben de tiener hier”, vraagt Abigail wat verontwaardigd. “Als kind denk je dat je ouders alles weten. Dat is gewoon. Maar nu ga je jezelf ontdekken; wat je leuk vindt, wat je wilt en wie je bent. En dat betekent dat je ouders zullen merken dat je ze niet zomaar meer volgt. Dat is moeilijk voor hun. Want nu moeten ze op een andere manier rekening met je gaan houden”. “Misschien”. “Kijk daar”, vervolgde de man. En hij wees richting de kant. Aan de waterkant stond een hert te drinken. In haar gedachten probeerde Abigail er een foto van te maken. “Een herinnering vervaagt. Juist als je een herinnering wilt houden. Geniet van het moment en het moment zal langer blijven dan de herinnering”. “Okee, dat klinkt vaag. Hoe wist je hoe ik me voelde en waarom?” “Weer een waarom. Een antwoord maakt het niet makkelijker. Niet minder verdrietig. Voel je verdriet maar gewoon.” “Je bent de eerste die dat zegt. Iedereen zegt dat je je niet moet aanstellen. Dat iedereen dingen meemaakt. Alsof het niet belangrijk is.” “Je bent geschapen met gevoel. Dat zegt dus iets.” “Ja”, springt het meisje bijna op, “je gevoel hoort bij je. Waarom mag.. oh ja, weer een waarom vraag. Laat ik het zo zeggen: ik vind het raar en stom dat anderen me het gevoel geven dat mijn gevoel niks te vertellen heeft. Ik moet me anders voordoen, omdat anderen me te emotioneel vinden.” “Gevoelens zorgen dat de dingen die gebeuren bij je binnenkomen. Als iemand gepest wordt en je ziet dat, dan word je boos. Dat geeft een grens aan. Bij jezelf, maar ook voor een ander. Als je 10 minuten lang zonder een woord te delen een knuffel aan iemand geeft, geeft dat een warm gevoel. Acceptatie, liefde. In deze maatschappij is het niet een gewoonte om waarde te hechten aan je gevoel en dat is zonde. Omdat het juist zoveel zegt.” “Ja precies! Maar hoe kan ik voor mezelf dat wel doen?” Door zelf naar je gevoel te luisteren. Anderen kunnen dat niet als jij het niet doet.” Het meisje keek nadenkend rond. “Zullen we weer gaan?” vroeg de man.
Zoals ze ineens met het lichtgevende wezen aan wal stond, stond ze nu ineens met de man in een veld. Nu minder verbaasd, moest Abigail zich toch even oriënteren waar ze was. De open plek was omgeven met een bos. Ze hoorde iets in het bos. Getrappel. Ineens uit de rand van het bos kwam er een kudde paarden gegaloppeerd. Ze stond versteld van de kracht en de sierlijkheid die de dieren uitstraalden. Ze kwamen ook steeds dichterbij. Alsof Abigail en de man er niet stonden. Ze oogden wild, maar ze kon het niet met zekerheid zeggen. Op nog geen 2 meter afstand stopten de paarden. “Durf je zelf?” vroeg de man. Abigail dacht eerst dat ze de man niet goed begreep. “Jij zou die schimmel wel willen rijden he?” “Ja echt wel! Maar ze lijken wild, en we hebben geen tuig.” “Vrees niet. Je bent veilig. Ik zorg dat je niks overkomt.” “Okee” zei ze toen. “Ik vertrouw je”. En zoals ze terecht kwam in het veld, zonder een stap te hoeven zetten, zo zat ze nu op de sprookjesachtige schimmel. Een paard kwam van achter haar naast haar. Een witte, waar de man op zat. Hij had zijn armen heel ontspannen op zijn benen liggen, en had zijn benen heel ontspannen langs de buik van het paard. Abigail weet hoe ze moet paardrijden, maar zo is toch een ander verhaal. “Vrees niet”. Ze keek hem weer aan. De paarden kwamen in beweging. Ze wist niet zo goed hoe ze de ervaring moest plaatsen. Ze voelde zich zitten als een huis, maar aan de andere kant was het ook alsof ze er niet zat. De man, die een paar stappen voor haar reed, keek om. Oh ja, dacht ze. Beleef het moment zelf. Toen ging de witte hengst over naar een galop. Wat voelde het meisje zich vrij! Als ze zich altijd maar zo kon voelen. Wisten haar ouders maar hoe ze zich voelde. Ze reden een poos rond. En ineens was ze weer in de kamer. In het donker. “shit”, dacht ze. “nu kan ik de man en het paard niet bedanken. Wat een nacht”. Na een poosje werd ze wakker. “wat een droom”.
Toen ze haar moeder zag, gaf ze haar een dikke knuffel. “De man had gelijk”, zei ze zachtjes. “Wat zeg je lieverd?” “Oh niks mam. Laat me even genieten van deze knuffel.”
De rest van de dagen ging ontspannen en gezellig. Abigail deelde niks van wat ze meegemaakt had. Ze wist ook niet hoe ze het vertellen moest.
Toen ze uiteindelijk met z'n drieen weer naar huis gingen, reden ze weer langs het meer. Abigail keek toch even om te kijken of ze de man nog zag. Maar de merkwaardige man was er niet. Toen ineens keek ze verbaasd op. Het bootje waar ze in voeren, lag vastgevroren in het midden van de plas. En toen ze in haar tas haar drinken wilde pakken, lag daar een boek. Ze haalde het eruit. Het was een Bijbel. Ze sloeg het open. En haar naam stond erin. Met sierlijke letters. En een boodschap waardoor ze een glimlach op haar gezicht kreeg.
Reacties
Een reactie posten
Dankjewel voor je bericht, ik zal zo snel als ik kan reageren