Ontspanning is maar schijn

Ik zit op de bank. Met mijn colaatje naast me op het tafeltje. Mijn oordopjes in waarin ik naar Peggy Vrijens luister die mij een boek voorleest. Ik heb de rugkussens van de bank een nieuwe plek gegeven. Eén een stukje verschoven en de ander contra langs de armleuning. Ik zit met mijn rug tegen het kussen die langs de armleuning ligt. Leun wat opzij naar het andere kussen en heb mijn benen gekruist over elkaar op de bank liggen.
Naast mijn benen ligt een mandje waar wat garen in ligt waarvan 1 bol verbonden is aan het haakwerk dat ik in mijn handen heb. Ontspannend. Heerlijke constante bewegingen van de steken die mijn handen maken. En beetje bij beetje krimpt mijn bol garen, terwijl mijn haakwerk steeds meer groeit en vorm krijgt. Naast mij in het raamkozijn ligt mijn lieve poes Belle te spinnen en ontspannen naar buiten te kijken. Af en toe kijkt ze me aan waarmee ze duidelijk een aai over dr bol vraagt. Als ik mijn haakwerk even laat zakken en met mijn vingers over haar koppie aai en achter haar oortjes kriebel, krijg ik een dankbare blik terug. Met een soort dubbele knipoog zegt ze dankjewel en uit ze haar genot. Als ik loslaat legt ze haar koppie weer rustig op haar voorpoten. Om in slaap te vallen terwijl ze naar buiten kijkt.
Alleen door te slapen zou ik dieper kunnen ontspannen momenteel.

Helaas is de ontspanning maar schijn. Naast het lege gevoel dat mijn kleine ventje niet thuis is, waar ik momenteel wel meer moeite mee heb, is er nog veel meer onrust.
Het is niet de leegte dat Adeo niet thuis is waar ik moeite mee heb. Het is de eenzaamheid. Een gevoel wat lieve vrienden om me heen niet weg kunnen nemen, hoeveel ze me ook helpen. Een eenzaamheid waarbij ik ga nadenken over wat er in de afgelopen tijd allemaal gebeurd is. De rust in huis die terugkeert, maar ook de ruzies en meningsverschillen die ik heb ondervonden. De onvrede dat ik mensen verloren ben of dreig te verliezen omdat ik de keuze maakte dat een scheiding nodig was. En de gevolgen die dat teweeggebracht heeft.

Naast die eenzaamheid heerst er ook een continueë onrust. In mijn lijf en in mijn hoofd. Een onrust. Angst. Waaraan ik niet kan ontsnappen door te slapen zoals ik dat vroeger tijdens mijn depressie probeerde. Toch zijn deze gevoelens me niet onbekend. PTSS. De klachten zijn anders dan een paar jaar geleden, maar alsnog voelen ze akelig bekend.
Mijn hartslag constant versnelt klopt en mijn oppervlakkige ademhaling geven me continue een gevoel van alertheid. Alsof er gevaar dreigt en ik paraat moet staan om in actie te komen. Door te slapen hoop ik steeds even aan dit gevoel te ontsnappen. Maar dat lukt niet erg. Nachtmerries van doemscenario's spelen zich keer op keer af. Mijn angst versterken mijn nachtmerries. En mijn nachtmerries versterken mijn angst. De ontspanning is maar schijn.

Ik ga maar weer haken. Om niet in de verleiding te komen om te slapen. Want als ik daaraan toegeef, gooi ik mijn slaap- en waakritme om. Ik ga haken, omdat ik daar beide handen voor nodig heb en dan niet tetug kan grijpen naar de gewoonte van het emotie-eten. Dat ik niet kan krabbelen aan mijn wondjes om mijn stress eruit te werken. Maar ook niet meer kan nagelbijten. Ik vind het verschrikkelijk! Na ruim 20 jaar nagelbijten ben ik gestopt op de dag dat mijn moeder overleed. Heel gek, maar ik wilde haar trots maken. Ook omdat ze het afschuwelijk vond om tegen mijn afgekloven nagels aan te kijken. Maar ookhet beeld van onbewust en ongegeneerd te knagen in bijzijn van anderen. Ik ben er 7,5 jaar lang trots op geweest lange nagels te hebben. En nu... nu kluif ik weer. Soms als ik zit te bijten zie ik mijn moeders blik voor me. Die me zonder woorden probeerden te laten stoppen. Soms voel ik de tik op mijn handen die ik kreeg.

En dan... de werkelijkheid: ik zit alleen...

Soms doordat Adeo bij zijn grootste vrienden op de wereld is. En ook als hij op school zit of inmiddels op bed ligt omdat het kinderbedtijd is. Zijn knuffels geven me wat ik nodig heb om door te vechten: moed, kracht en liefde 
Moed en kracht omdat ik een gevecht vecht, om het beter voor hem te maken. Om te doen wat nodig is om hem beter in zijn vel te laten komen. Maar ook de liefde. De liefde die ik voor hem heb, kan overdragen en andersom. Maar ook de troost naar elkaar. De bemoediging zonder woorden dat het echt beter wordt. De dankbaarheid dat hij mijn  houvast is in zo'n heftige periode. De dankbaarheid van hem dat ik zijn mama ben en voor hem zorg. En dat hij zich gesteund voelt. Hij is nog jong en kan het niet verwoorden, maar de boodschap komt door door zijn knuffel.

Door MOETEN gaan is zwaar. Als ik dat mooie mannetje niet had gehad, had ik opgegeven en depressief in bed gelegen. Hij is de reden dat ik doorga. De reden dat ik mezelf beter MOET gunnen, om ook weer in mijn kracht als moeder te staan. Uiteindelijk. Nu is het een worsteling om de dagen door te komen. Met verschillende vormen van hulpverlening (sommigen al bezig en anderen nog in startblokken), kan ik functioneren. Ze helpen me, maar het echte werk doe ik zelf.
Het is zwaar om met dat constante alerte gevoel te moeten leven. Je kind in bescherming te moeten nemen omdat hij alles aanvoelt, maar je die angst niet over wil brengen. Het is zwaar om alles gedaan te krijgen met een lijf dat stroef en stram is en pijn doet om alle klusjes te doen die nodig zijn om je kind netjes te verzorgen. Mijn eigen verzorging komt ook weleens in de verdrukking, want ik kan geen energie verspillen aan mezelf. Ik heb een ventje dat afhankelijk van mij is.

Ik ga maar weer haken. Luisterend naar Peggy Vrijens. Omdat ik daarmee mijn eigen gedachtestroom even afleid van de doemscenario's die dag in en dag uit mijn angst aanwakkeren.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Mijn kleine, grote ventje

Crea bea

Van Pijn naar Puur